MS Pepertje

Door het hele corona gebeuren gaan sommige dingen anders dan gewoonlijk. Zo maakte ik laatst een ommetje door de buurt, iets waar ik onder normale omstandigheden niet zo vaak tijd voor vindt. Eerder die dag was ik vanuit Landgraaf naar MSP gereden, waarbij ik me steeds weer verbaas over de bussluis ter hoogte van de autogarage op de Heerlenseweg. Okee, ik snap dat de mensen aan deze weg liever geen verkeer voor hun deur willen…maar ja, als je aan een lange, brede, doorgaande weg gaat wonen…dan zou ik zeggen dat je dat had kunnen zien aankomen – dus achteraf niet gaan lopen memmen hierover. Door deze bussluis kun je vanuit Landgraaf niet rechtstreeks MSP in, maar moet je eerst via de euregioweg helemaal tot bij de rotonde op de slotweg rijden, en dan weer helemaal terug naar de andere kant van de bussluis.

MS Pepertje

Ik snap daarom heel goed dat er steeds meer mensen gewoon door deze onzinnige bussluis rijden, wat mij betreft moeten ze dat ding gewoon weghalen. Wanneer ik vervolgens lopend de Heerlensweg nog even blijf volgen tot vlakbij het veolia station aan mijn linkerhand, loop ik rechtsaf de MSP-allee in. Nog net op tijd kan ik aan de kant springen, om te voorkomen dat ik op deze hoek door een voorbijscheurend groepje scooterrijders wordt aangereden. Ik roep ze wat krachttermen na, waarna de helmloze bijrijder op de achterste scooter vanuit de verte een vinger naar me opsteekt – niet zijn duim.

Ik vervolg mijn weg over de allee, tot ik op de kruising met de Limburgiastraat kom. Ik mis de kerk aan mijn rechterzijde, die daar jarenlang trots heeft gestaan. Deze is een tijd terug gesloopt, net zoals die andere mooie kerk in MSP. Deze gewijde grond is nu verworden tot een zielig stukje braakliggend terrein waar niemand wat aan heeft. Zonde, want als de gemeente bereid zou zijn geweest om alle opties open te houden dan was er vest een goed bestemming gevonden. Maar doorgaans lijken gemeenteambtenaren helaas uitsluitend gevoelig voor harde cijfers, niet voor creatieve dromen of ideeën zonder ‘businessplan’. Inmiddels heb ik begrepen dat er een soort super-de-luxe “wateropvangsysteem” op deze plek gaat komen, maar dat de omliggende straten daarvoor ‘hol’ gemaakt moeten worden. Ik hoop dat ik dat laatste verkeerd heb begrepen, want anders zou het kunnen betekenen dat de Limburgiastraat voor de zoveelste keer heel lang op de schop moet…met alle verkeersoverlast van dien. En daar hebben we in MSP al genoeg van gehad, zoals de kasteellaan die maandenlang dicht is geweest terwijl menigeen zich afvroeg “gebeurt daar de helft van de tijd niets?”. Maar goed, we blijven bij de Limburgiastraat. Wat me hier verder opvalt, is dat op de Limburgiastraat vrij hard wordt gereden. Natuurlijk is ook dit een lange, vrijwel kaarsrechte doorgaande weg…die zich uitstekend voor leent voor een lekker potje racen…van de andere kant ligt er ook een school en een wandelgebied, dus op grond van goed fatsoen zou het matigen van je snelheid een te verdedigen standpunt zijn.

Wanneer ik rechtsaf sla op de Limburgiastraat, ligt aan mijn linkerhand een fraai moestuincomplex. Door de ophef rondom corona ligt het er verlaten bij, maar het is één van de weinige plekken in de wijk waar iets nuttigs gedaan wordt met vrijgekomen grond na sloop van panden. Vanuit een ooghoek zie ik namelijk een braakliggend stuk grond langs de Gosselingstraat (geflankeerd door de Gebroeders de Witstraat, even uit mijn hoofd) waar ooit een basisschool heeft gelegen. Dit pand, dat zo nodig gesloopt moet worden om plaats te maken voor een onooglijk onkruidveld inclusief plas oppervlaktewater als aantrekkingsbron voor ongedierte, In mijn vrije tijd ben ik werkzaam bij een stichting, ik durf te wedden dat deze graag dit gebouw in gebruik had willen nemen. Dan had het tenminste nog een functie gehad voor mensen binnen de buurt…maar zoals ik al eerder aangaf denkt de gemeente voornamelijk in cijfers en grote projecten in plaats van in dromen. Een stukje verderop zijn een aantal kinderen bezig de fruitbomen te slopen, door er met stokken tegenaan te slaan. Ik roep “hee, dat hoeft niet stuk” en krijg een bits “jawel!” terug. Ik besluit op dit kind af te lopen om verhaal te halen, maar als ik er bijna bij in de buurt ben rent het weg. Van een afstandje roept het me nog “stomme meneer” toe, waarop ik mij ontzettend moet inhouden. Blijkbaar krijgen veel kinderen tegenwoordig alleen nog maar voeding in plaats van opvoeding? Ik loop vervolgens achter de residentie Gosseling door, richting de Kasteellaan. Ook dit is een lange, rechte weg. Een bepaalde politieke partij zet zich al enige tijd in om de gemiddelde snelheid op deze verkeersluwe straat naar 30km/h te krijgen. Mijns inziens klinkklare onzin, want 50 km/h zou hier prima te verantwoorden zijn – mits de chauffeurs zich daar uiteraard aan zouden houden. Maak er een zebrapad met verkeersbrigadiers, en het probleem is opgelost voor de tijden waarop kinderen deze straat over zouden moeten steken. De rest van de dag ligt deze straat er verlaten bij, dus ik snap de ophef niet zo goed. Het neerzetten van wat bordjes met snelheidsbeperkingen zal de doorgewinterde hardrijder niet imponeren, de drempels mogelijk wel. Ik steek de straat over, en laat het zielig ogende braakliggende stuk grond, waar eerst een kerk stond, rechts liggen. Ik loop de Mesdagstraat in. Een oorverdovend kabaal en geschreeuw in een uitheemse taal schalt uit de flats aan de linkerkant van de straat.

Twee straten verderop sla ik links de Jozef Israelsstraat in. Een ogenschijnlijk rustige, haast idyllisch ogende straat met veel groen. Een busje van een postorderbedrijf komt echter op bizar hoge snelheid de straat in scheuren vanaf de Jan Steen straat, en mist op een haar na een bloemperkje. Verderop in de Jozef Israelsstraat stopt het busje abrupt. Het kan zijn weg niet vervolgen omdat er midden in de straat een auto buiten de parkeervakken gestald staat. Blijkbaar een buurtbewoner die de lui is om een paar meter te lopen, of niet goed kan parkeren – er zijn immers parkeervakken in overvloed. Ik bekijk van een afstandje hoe het busje zich er alsnog langs wurmt, en merk niet direct dat een meneer met een hond zich bij me voegt. We kijken samen hoe het busje na het overwinnen van de hindernis weer vrolijk verder scheurt, en houden ons hart vast dat er geen kind uit een van de paadjes de weg op rent. De meneer met de hond doet spontaan zijn beklag bij mij; hij zegt dat er al vaker bij de Gemeente is geklaagd over het hardrijden en wildparkeren in deze straat, ook op de aangrenzende Tooropstraat. Nog nooit een BOA gezien die een prent op de auto’s komt plakken. Hetzelfde geldt voor de afvalcontainers die soms dagen na het ophaalmoment nog langs de kant van de weg staan. Hier is wel al eens een BOA voor langs geweest, maar die heeft alleen een sticker op de betreffende container geplakt en daarmee was de zaak voor hem afgedaan. De daarop volgende week stond de volgende container weer drie dagen te lang aan de straatkant. Het laks optreden vanuit de Gemeente wordt als reden gezien voor verloedering binnen de wijk. Ik breng het onderwerp ‘hondenpoep’ ter sprake, want gedurende mijn wandeling heb ik meermaals op het nippertje kunnen voorkomen dat ik een onsmakelijke verrassing mee naar huis zou nemen. Terwijl de hond me kwispelend en onschuldig aankijkt, verwijst de man ook hiervoor naar de Gemeente. Wanneer hij me er op attent maakt dat er nauwelijks afvalbakken in de buurt hangen, wordt ik me daar ineens van bewust. Ik snap het standpunt van meneer dat mensen niet met poepzakjes naar huis gaan slepen, zeker wanneer je een grote hond hebt of meerdere, waarmee je dan ook nog een lange wandeling gaat maken. Op mijn vraag of de Gemeente ooit heeft gereageerd op de vraag waarom er zo weinig afvalbakken zijn, krijg ik te horen dat er geen geld voor zou zijn, met een duur woord ook wel budget genoemd. Dat verbaast me, gezien de bijdrage aan het Maankwartier en de totaal overbodige verbouwing van het Gemeentehuis…voor het eigen personeel zorgt de Gemeente dus wel, maar niet voor noodzakelijke voorzieningen in de wijken. Vreemd. Ik bedank de meneer voor het verhelderende gesprek, en vervolg mijn weg tot aan de kruising met de Tooropstraat.

Wanneer ik naar links kijk, kan ik (naast relatief veel buiten de parkeervakken gestalde auto’s!) in de verte een glimp opvangen van het ‘etos-pleintje’…daar ligt al jaren geen Etos meer, en ook geen Plus. Ik weet dat er meermaals is toegezegd dat hier een nieuwe supermarkt zou komen, iets waar veel mensen in de buurt nog steeds tevergeefs op wachten. Sinds kort schijnt er wel een soort islamitische supermarkt te liggen, maar ik weet uit ervaring dat veel buurtbewoners daar liever niets van willen weten. Daarom besluit ik rechtsaf te slaan, over het laatste stukje van de MSP allee. Ik passeer de speeltuin, met daarin een houten huis dat iets weg heeft van een vrolijke “Villa Kakelbont” (en blijkbaar een flinke expansiedrift bezit…ik zie diverse soorten bij- en aanbouw in allerlei kleuren en maten. Dit laatste stukje allee is heerlijk rustig en mooi groen, ik herinner me bijna niet meer hoe de flats er uit zagen die hier ooit stonden. Waarom moest die betaalbare woonruimte ook alweer zo nodig weg? De rust op dit stukje weg wordt wreed verstoord door langs scheurende scooters, waarvan er één op één wiel. Het verbaast me dat ze zo hard mogen rijden zonder helm. Wanneer ik aan de rechterkant de voetbalvelden zie liggen, ze liggen er nu kaal en verlaten bij, dan valt mijn blik op een paar auto’s die daar vreemd genoeg geparkeerd staan. Vreemd, aangezien er geen bedrijvigheid is bij dit sportcomplex. Bij het zien van het type auto en het type inzittenden, heb ik al een vermoeden dat er op deze afgelegen, doodlopende straat een heel ander soort bedrijvigheid plaatsvindt. In heinde en verre geen politie of handhaver te herkennen, die hebben het misschien veel te druk met het bekeuren van gewone burgers die iets te dicht bij elkaar staan. Hoewel, in het park bij de vijvers zitten dagelijks groepjes mensen op minder den anderhalve meter van elkaar, en daar heb ik ook nog nooit een wetshandhaver gezien. Ik snap die mensen wel, want ik denk ook het mijne over die hele corona-crisis en de maatregelen die de overheid ons oplegt. Maar goed, ik doe alsof mijn neus bloedt en wandel verder.

Wanneer ik de Govert Flinkstraat oversteek richting de Wagenschutsweg (op zich best een aardig stukje om te lopen met enkele beruchte hangplekken tegen het eind van de allee), raak ik in gesprek met een bewoner van deze straat. Hij klaagt over de msp-allee, en zegt dat het een racebaan is. Zodra het donker wordt komen er blijkbaar hele hordes scooterrijders vanuit Meezenbroek over deze weg richting de Brunssummerheide, men verdenkt dat dit te maken heeft met handel in softdrugs. Op mijn voor de hand liggende vraag of hij hier ooit contact met de politie over heeft gehad, krijg ik als antwoord dat het meermaals is doorgegeven. Tot nu toe heeft elke waarneembare reactie op zich laten wachten. Wel krijg ik te horen dat deze weg die aansluit op de allee (Wagenschutsweg) enige jaren geleden verbreedt is om plaats te maken voor de vrachtwagens van het nabijgelegen bouwbedrijf Jongen – overigens formeel gevestigd in Landgraaf – terwijl de bewoners van deze weg liever hadden gezien dat het een rustige smalle straat was gebleven. Hoe meer ik spreek met mensen uit MSP, hoe meer ik merk dat er eens rode draad in al deze gesprekken zit. Namelijk dat de Gemeente “maar iets doet” naar eigen goeddunken, zonder te vragen of de bewoners er wel op zitten te wachten. Menigeen had veel liever een Nederlandse supermarkt gezien dan de msp-allee, het maankwartier, of een nieuw gemeentehuis. Liever een goede bestemming van scholen en kerken in plaats van sloop. Omdat ik toch al een poosje aan de wandel ben, besluit ik langzaam terug te keren. Via de sint Barbarastraat kom ik uiteindelijk bij de kapel van Palemig, waar ik via de Slotweg weer Meezenbroek in loop.

Bij de kruising met de Govert Flinkstraat houd ik halt, omdat ik een automobilist “in nood” aantref. Onze blikken raken elkaar, en hij gebaart dat hij nul overzicht heeft op het verkeer dat met hoge snelheid over de Slotweg/Albert Cuypstraat voorbij raast. Ik gebaar dat ik in de verte een voertuig zie naderen, waarop hij zijn raampje omlaag draait en een duim omhoog steekt. Ik besluit zijn voertuig te naderen, en bevestig dat ik het best een onoverzichtelijke situatie is. De man laat mij weten dat er al meermaals bij de Gemeente (daar heb je ze weer) is aangekaart dat hier een verkeersonveilige situatie bestaat. Er is een verzoek ingediend om een parabolische spiegel op deze kruising te plaatsen, net zoals op de kruising Mesdagstraat/Kasteellaan. Op mijn retorische vraag hoe de Gemeente daarop heeft gereageerd, kwam als antwoord dat het te duur zou zijn en dat men bang is dat “jeugd” deze spiegels stuk zou kunnen maken. Flut excuses natuurlijk, want verkeers)veiligheid behoort één van de top prioriteiten van een Gemeente te zijn.

Het wordt me langzaam duidelijk waarom zo veel inwoners van MSP geen hoge pet van ons Gemeentebestuur over hebben, daar had ik eerder nog niet eens zo bij stil gestaan. Waar een wandeling tijdens een crisis niet goed voor is. Met een ietwat gekanteld wereldbeeld begeef ik mij via allerlei kronkelende binnenweggetjes langs pleintjes terug richting het beginpunt van mijn wandeling. In mijn achterhoofd vervliegt alle hoop dat ik de Gemeente ooit zal kunnen overtuigen om het leegstaande gebouw waar vroeger de Plus gevestigd was, tegen een symbolische bijdrage ter beschikking te stellen van de vereniging waarvoor ik actief ben. Onderweg terug naar mijn startpunt kom ik verbazend veel inwoners met een niet-westerse achtergrond tegen; enkele kijken me aan met een blik alsof ik zojuist een ontzettende wind heb gelaten, anderen kiezen er voor om mij te negeren wanneer ik hen een goede dag toe wens. Ik kom ook een aantal mensen tegen met eng uitziende honden, veelal niet aangelijnd. Eén van hen poept midden op de stoep. Ik besluit er niets van te zeggen, want de meneer oogt net zo eng als zijn hond. Uiteindelijk kom ik weer op de Heerlenseweg, vol met indrukken die ik tijdens mijn wandeling heb opgedaan. Foutparkeren en hardrijden zijn twee termen die voornamelijk in mijn hoofd zijn blijven hangen. Maar ook kinderen/jongeren zonder manieren, en soms ook volwassenen die grofweg doen waar ze zin in hebben; een instelling van “ik doe wat ik wil, en als je dat niet bevalt dan wil ik daar niets van horen”. De verhuftering van de samenleving. Gewoon doen wat je wilt, de politie is toch niet te zien en die heeft het veel te druk. Ik weet dat de politie hun stinkende best doet, zeker onze wijkagent…maar ze hebben waarschijnlijk niet de mensen of de middelen om spreekwoordelijke alle ballen in de lucht te houden. Zelf heb ik ook al meermaals groepjes hangjongeren moeten wegjagen die in het paadje achter mijn woning aan het blowen waren, die hun hond in de zijtuin van de buren lieten poepen, en voor overlast zorgden met hun geschreeuw. Dan moet je nog oppassen dat je zelf geen klappen krijgt, en een paar dagen later zitten ze er gewoon weer. Ik hoor van meer mensen (met name de wat ouderen) dat ze zich niet meer zo veilig voelen, en deels herken ik dat. Onze voordeur gaat na 18:00 altijd op slot, en we maken niet open voor vreemden. Soms vraag ik me wel eens af waar dat allemaal naar toe moet in de samenleving. Maar natuurlijk zijn er in onze buurt ook heel veel positieve zaken te melden – dat zou je in deze tijden haast vergeten. Natuurlijk wonen we in een toffe wijk en maken we er met z’n allen het beste van. Graag horen we daar ook verhalen over. Dus stiekem ben ik wel benieuwd of mensen zich in mijn verhaal herkennen, of zelf hun ervaringen willen delen. Dus iedereen die zich geroepen voelt wil ik bij dezen hartelijk uitnodigen om zijn/haar verhaal met ons te delen.

MS-Pepertje

MSP en leefbaarheid.

Het Corona virus heeft heel het land in zijn greep. Het beïnvloedt ieder zijn leven op een enorme manier, zowel zakelijk als privé. Scholen zijn gesloten en veel bedrijven zijn dicht of onder strenge voorwaarden geopend. Je kan niet op bezoek, niet sporten, niet uitgaan en vaak ook niet werken. Ook wordt er nog van je verwacht dat je de kinderen zoveel mogelijk thuis lesgeeft. Een uitzondering hierop zijn natuurlijk onze buurtgenoten die bv in de zorg of in een andere vitale sector werken. We hebben daar veel bewondering en respect voor.

Wij vragen ons af hoe het iedereen vergaat in onze MSP. Lukt het om optimistisch en vrolijk te blijven. Hoe regel je de dagelijkse beslommeringen in en om het huis. Welke uitdagingen moet je aangaan om je bedrijf overeind te houden etc, Wij zouden graag willen weten hoe jullie daarmee en met de 1,5 meter samenleving omgaan. Wij vragen jullie dan ook om jullie ervaringen met ons te delen door een kort verhaal te schrijven over al jullie bevindingen. Wellicht hebben jullie ook tips en goede ideeën, waar ander aan wat kunnen hebben. Foto’s of tekeningen van het mooie voorjaar of jouw bloeiende tuin zijn natuurlijk ook welkom.

Ook nodigen wij de ondernemers in MSP uit hun verhalen te vertellen. Dat mag, nu als uitzondering, best in een reclameboodschap worden verpakt. We willen natuurlijk dat er ook na de Corona crisis in MSP nog winkels zullen zijn.

Wij hopen dat jullie de moeite nemen om jullie eigen persoonlijke ervaringen op te schrijven en met elkaar te delen. We kijken er erg naar uit.   

Canadeze ganzen

Nu de dagen korter worden en de temperatuur daalt, zien we ook in onze contreien een bijzonder fenomeen terugkeren: de overvliegende ganzen.

Nederland is een echt ganzenland met een belangrijke geologische ligging vwb de vogels die in het najaar naar het zuiden vliegen om daar te overwinteren. In het noorden en westen van het land zijn dat vaak diverse ganzensoorten zoals de grauwe gans, rietgans, kleine rietgans, rotgans, kolgans enz.

Hier in parkstad en omgeving zien we echter veelal Canadese ganzen en meer zelden de grauwe gans. Voor de overige soorten ligt onze regio toch net wat te ver uit de trekroute die veelal over vlakke en natte gebieden voert.

Zoals de naam al doet vermoeden heeft de Canadese gans zijn oorsprong in Canada. Lang geleden heeft men de vogel echter naar Europa (met name Vlaanderen en Nederland) gehaald om te dienen als parkvogel.

Vanaf dat moment ging het snel: de grote vogel vond het veel zachtere klimaat hier wel prima en dat zorgde voor een snelle voortplanting. Tevens had dat zachte klimaat als voordeel dat wegtrekken naar een warmer werelddeel helemaal niet nodig was.

Het grote verschil met de ganzen uit de polders die deelnemen aan de trek is dat ónze ganzen niet op weg zijn naar het zuiden maar slechts pendelen tussen slaap en foerageer (eet) gebieden. Vaak niet verder dan enkele kilometers.

Ganzen slapen ’s nachts op de wat grotere wateren. Hier doen ze dat op bijvoorbeeld de Sigranogroeve of het stuwmeer in Kerkrade. Van daaruit vliegen ze ’s ochtends naar de velden om te eten en keren in de avond weer terug naar het water. Dit doen ze in de herkenbare V-vorm en vaak  met veel lawaai.

Wilde eenden doen dat overigens precies andersom. Dat zijn nachtdieren die overdag rusten (nou ja, rusten) op bijvoorbeeld de meezenbroekervijver om zodra het donker wordt te vertrekken naar gebieden waar ze natuurlijk voedsel vinden. Tenminste, als ze overdag niet teveel brood hebben gegeten.

Brood is trouwens heel slecht voor eenden. Ik weet, eendjes voeren is bijna een cultuurerfgoed verworden. En op zich kan eendjes voeren ook helemaal geen kwaad. Maar voer alstublieft geen brood. Er zit teveel zout in wat hun conditie er niet beter op maakt. Daardoor verzwakken ze in de winter snel en zijn vatbaar voor ziektes. Koop liever wat graan of duivenvoer en gooi uw oude brood bij het GFT. Dat geldt al helemaal voor beschimmeld brood.

Terug naar de Canadese gans. Hoe mooi deze ook is, hij hoort hier van nature niet thuis. Om die reden heeft de overheid bepaald dat er op de gans gejaagd moet worden om de populatie binnen de perken te houden. Temeer ook omdat de ganzen op hun zoektocht naar voedsel landbouwpercelen kunnen aandoen en daar aanzienlijke schade aanrichten. Bovendien kunnen zij door hun mest zelfs diepe wateren doen verzuren met serieuze vervuilingen zoals blauwalg tot gevolg. Blauwalg kan zelfs schadelijk zijn voor de mens.

Ook in het gebied Leenhof worden bij tijd en wijle Canadese ganzen bejaagd en geschoten in opdracht van de overheid. De ganzen sterven niet zinloos: hun vlees wordt voor consumptie gebruikt. Het ultieme scharrelvlees.